Info

Ongelijkheid bestrijden in het onderwijs

 

Het Nederlandse onderwijs draagt bij aan maatschappelijke ongelijkheid. Het ligt dan voor de hand dat GroenLinks zich inzet om die ongelijkheid weg te werken? Maar is dat ook zo? In dit artikel confronteer ik de mening van Correspondentjournalist Johannes Visser met het partijprogramma van GroenLinks en vraag ik GroenLinks Kamerlid en onderwijsspecialiste Lisa Westerveld om een reactie.

Voordat we naar die verschillen kijken, is het wel goed om eerst op te merken dat de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs goed is. Al jaren staat Nederland behoorlijk hoog in de rijtjes met landen van goed onderwijs. Misschien is die kwaliteit wel zo goed, omdat we een goede onderwijsinspectie hebben. De onderwijsinspectie heeft daarbij opgemerkt dat het onderwijs soms niet alleen de ongelijkheid in stand houdt, maar er ook aan bijdraagt. Zo blijkt het dat kinderen van ouders met lagere opleidingen naar verhouding vaker een lager schooladvies krijgen. Dus als een kind van hoger opgeleide ouders dezelfde citoscore heeft als een kind van lager opgeleide ouders, is de kans groot dat het kind van lager opgeleide ouders naar een andere school gaat. (Zie dit artikel van het CBS)

Johannes Visser is leraar en schrijft over onderwijs in de onlinekrant De Correspondent. Hij besteedt regelmatig aandacht aan die ongelijkheid in het onderwijs. In februari van dit jaar deed hij een prikkelende uitspraak: “Politieke partijen zorgden de afgelopen jaren zelf voor die toenemende ongelijkheid.” Geldt dat ook voor GroenLinks? En wat is de door GroenLinks voorgestelde aanpak tegen ongelijkheid dan? Ik wil daarvoor eerst beschrijven hoe Visser tot zijn bewering komt en vervolgens het verkiezingsprogramma van GroenLinks bekijken op de punten die Visser noemt. Daarbij heb ik ook contact gelegd met Lisa Westerveld, Tweede Kamerlid voor GroenLinks en oud-voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond.

De uitspraken van Visser zijn ingegeven door een brief van de (toenmalige) Minister en Staatsecretaris van Onderwijs. In die brief zeggen de bewindslieden dat ongelijkheid in het onderwijs door drie mechanismen kan worden tegengegaan:

  • de eindtoets in het primair onderwijs;
  • de mogelijkheid om naar een ‘brede brugklas’ te gaan;
  • en de mogelijkheid om in de verdere loop van je onderwijsloopbaan op te stromen naar een hoger niveau of diploma’s te stapelen.

Het is dus niet zozeer de mening van Johannes Visser dat bovenstaande maatregelen nodig zijn, het is de opvatting vanuit het ministerie: “Om kansengelijkheid te kunnen blijven garanderen is behoud van deze mechanismen noodzakelijk” zo citeert hij een Kamerbrief. Ik bespreek ze achtereenvolgens.

Het belang van de eindtoets

Het eerste mechanisme is de eindtoets (zeg maar: de citotoets − hoewel er tegenwoordig ook andere eindtoetsen worden gebruikt). Die eindtoets geeft een vrij objectieve beoordeling van de capaciteiten van de basisschoolleerlingen. Alle leerlingen die deze eindtoets maken, worden langs dezelfde meetlat gelegd en krijgen dus allemaal een advies op grond van deze meetlat ‘zonder aanzien des persoons’.

kinderen en toetsNu wordt er ook vaak bepleit om toch vooral de leerkrachten een stem te geven in het schooladvies. Die leerkrachten kennen de leerlingen immers persoonlijk, kijken naar meer dan zo’n momentopname en kunnen dus beter beoordelen wat past bij een leerling. Maar nu blijkt in de praktijk dat ouders vaak in gesprek gaan over zo’n schooladvies. En hoogopgeleide ouders zijn vaak net wat beter in staat om leerkrachten weerwoord te geven. Het nettoresultaat werd hiervoor al genoemd: kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen hogere adviezen. Zou je alleen naar de citoscore kijken dan hoeft er helemaal niet zo’n gesprek en pleitvoering van ouders meer plaats te vinden. De objectieve score telt immers.

Visser wijst er nu op GroenLinks en SP überhaupt geen verplichte eindtoets wilden in het basisonderwijs (zie bijvoorbeeld de website Wat stemt het parlement). Alleen ChristenUnie en PVV stemden voor een amendement dat het advies van de leraar moet inperken. Daarmee lijkt GroenLinks dus bij te dragen aan het genoemde vergroten van de ongelijkheid.

Lisa Westerveld zegt hierover dat GroenLinks vindt dat de school in zes jaar tijd meer weet over de leerling dan een enkele toets doet. Het advies moet dus niet op dat ene moment van de eindtoets gebaseerd zijn. Daarbij zegt ze dat op het moment dat een leerling hoger scoort op de eindtoets dan het advies van de leraar is, de school het advies moet heroverwegen. “Dat zou misschien wel vaker moeten gebeuren”. We zitten hier dus in een breed gevoerde discussie of de leraren en de school de zwaarste stem in het schooladvies hebben, of de meer objectieve, maar eenmalige meting van de eindtoets.

Brede brugklas

Een brede brugklas wil zeggen dat in de beginjaren van het voortgezet onderwijs leerlingen van verschillende niveaus bij elkaar in de klas zitten. Dat kan goed zijn als de leerlingen met het lagere niveau zich optrekken aan de leerlingen met het hogere niveau. In veel gevallen blijkt dat ook zo te zijn (het omgekeerde niet: leerlingen met een hoger niveau gaan niet onderpresteren als ze in de klas komen met leerlingen met een lager niveau*). Het lijkt er dus alleszins op dat brede brugklassen goed zijn om leerlingen meer kansen te geven, waarmee de brede brugklas bijdraagt aan het verkleinen van ongelijkheid. Omdat er allerlei vormen van bredere brugklassen zijn, ligt de verhouding niet zo eenduidig, maar grosso modo kan wel gesteld worden: brede brugklassen verkleinen de ongelijkheid.

Pleitbezorgers voor brede brugklassen vinden GroenLinks dan aan hun zijde. GroenLinks Tweede Kamerlid Rik Grashof diende ooit, samen met andere Kamerleden, een motie in waarin de regering wordt gevraagd een plan van aanpak naar de Kamer te sturen om scholen te stimuleren brede brugklassen te behouden. In het verkiezingsprogramma waarmee GroenLinks de verkiezingen van maart 2017 inging, wordt dit nog steeds bepleit. Op dit punt levert GroenLinks dus inspanning om de ongelijkheid weg te werken.

Stapelen van onderwijs

Sommige leerlingen zijn laatbloeiers: ze beginnen op een lager niveau, maar na het afronden van hun opleiding stromen ze door. Dat kan in principe diverse malen. Hoe makkelijker je kunt doorstromen van laag naar hoog, des te beter krijgen kinderen die op een lager niveau zijn in gestapt de kans om hun talenten alsnog tot bloei te laten komen. Wanneer die mogelijkheid er niet is, zullen eenmaal gemaakte keuzen leerlingen meer vastleggen en kan dat ongelijkheid in stand houden.boeken

Johannes Visser wijst er in zijn artikel op dat blijkt dat in het beroepsonderwijs het aantal stapelaars de afgelopen jaren is afgenomen. Er gaan minder studenten van mbo naar hbo en minder hbo’ers gaan door naar de universiteit. Hij merkt op dat de geconstateerde daling samenhangt met de invoering van het leenstelsel. Hij zegt daarover: “Die daling valt samen met het afschaffen van de basisbeurs. Sinds 2015 krijgen studenten in het hbo en op de universiteit geen geld meer van de overheid om te studeren, maar moeten zij lenen om hun studie te kunnen betalen. Een voor de hand liggende verklaring voor de afname van het aantal studenten.” Die verklaring lijkt logisch, immers hoe langer je studeert, des te meer moet je lenen en des te hoger wordt je schuld. Er zijn overigens nog geen cijfers beschikbaar waarmee dit wordt onderbouwd of weerlegt.

Interessant is dan de vraag wie voor dit leenstelsel zijn. GroenLinks hoort daarbij, net als VVD, CDA en D66.

Nu is de studiefinanciering één kant van deze zaak. In het verkiezingsprogramma van GroenLinks komt het stapelen expliciet aan de orde: “Stapelen van diploma’s is een belangrijk principe voor sociale mobiliteit. Jongeren krijgen een doorstroomrecht: een diploma is een diploma en geeft zonder extra voorwaarden recht op vervolgonderwijs.”

Het principe van het leenstelsel houdt GroenLinks daarbij overeind in het verkiezingsprogramma. Wel stelt het verkiezingsprogramma correcties voor: “De aanvullende beurs voor studenten uit kansarme gezinnen wordt verhoogd en voor een ruimere groep beschikbaar gesteld. Het wettelijke vastgestelde collegegeld wordt gehalveerd en gemaximeerd.” Lisa Westerveld zegt daarbij nog expliciet dat GroenLinks bepleit om het collegegeld voor mbo’ers te maximeren, zodat het niet hoger wordt dan het collegegeld voor studenten in het hoger onderwijs.

GroenLinks over onderwijs

Van de drie maatregelen of mechanismen waarvan Minister en Staatssecretaris zeggen dat ze bijdragen aan de verkleining van ongelijkheid in het onderwijs, steunt GroenLinks er dus maar één heel expliciet. Dat lijkt er op te duiden dat GroenLinks niet volledig handelt in de lijn waar ze zegt voor te staan (verkleining van ongelijkheid). Dat vraagt dus om een reactie van GroenLinks. Zoals gemeld heb ik dit artikel (in conceptversie) voorgelegd aan Lisa Westerveld die als onderwijsspecialist voor GroenLinks in de Tweede Kamer zit.

In haar reactie op dit stuk wijst Lisa erop dat GroenLinks ook langs andere wegen bijdraagt om de kansenongelijkheid tegen te gaan. Bijvoorbeeld door in te zetten op goede kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie. Zo wil GroenLinks dat alle kinderen tussen zes maanden en vier jaar recht krijgen op drie dagen kinderopvang per week. Ook moet de kwaliteit van de kinderopvang omhoog door meer aandacht te besteden aan de ontwikkeling van kinderen en aan de pedagogische vaardigheden van medewerkers. Daarnaast noemt ze nog een aantal andere zaken die specifiek ten goede komen aan leerlingen die uit armere milieus komen of een (leer)achterstand hebben. Tot slot zegt ze over de onderwijsplannen van GroenLinks: “In het mbo en het hoger onderwijs willen we barrières (zoals aanvullende toegangseisen en selectie aan de poort) afschaffen. Want ook dit soort maatregelen treffen vooral de eerder genoemde groepen.”

Er blijven wel verschillen in opvattingen. Waar Johannes Visser wijst op drie mechanismen waar ook vanuit het Ministerie van Onderwijs op wordt gewezen, stelt GroenLinks dat ook langs andere lijnen kan worden gewerkt aan verkleining van de ongelijkheid. Die discussie zal nog wel een tijdje doorgaan. Daarbij lijkt het me dat de kwaliteit van het onderwijs gebaat is bij zo’n doorgaand gesprek.

 

Gert de Jong

 

e-mailWil je op dit artikel reageren? Stuur dan een mail aan de redactie via groenlichtarnhem@gmail.com

 

* Dat beweert Gijsbert Werner in De Correspondent op grond van onderzoek van Hanushek en Wößmann uit 2006

 

Plaatjes in dit artikel zijn rechtenvrij overgenomen van Pixabay en van de website van GroenLinks

GroenLicht

GroenLicht is de nieuws- en achtergronden site van GroenLinks Arnhem, gericht op leden, kiezers en sympathisanten van GroenLinks Arnhem. Regelmatig worden hier interviews, reportages en achtergrondartikelen geplaatst over maatschappelijke en politieke Arnhemse aangelegenheden. Ook zijn hier aankondigingen van GroenLinks activiteiten te vinden. Een site voor elke Arnhemmer!

Wij raden u daarom van harte aan om de laatste versie van een van de onderstaande browsers te downloaden. Dat is niet alleen verstandig omdat u daardoor de Linker kunt lezen, veelal is dit ook beter voor uw computer. De nieuwste versies van deze browsers zijn sneller en veiliger.